Vraag & antwoord

De vragen in deze rubriek hebben we onder andere voorgelegd aan de cardiologen Dr. C.M.H.B Lucas, Dr. H.F. Verwey en hartfalenverpleegkundige G.Cleuren.

Om een antwoord te lezen of weer te sluiten, klikt u op de vraag.

Het is ten eerste belangrijk om niet langer dan vier uur te vliegen. Daarnaast moet men goed opletten wat betreft de vochtinname. Dit betekent zo min mogelijk vocht en zeker geen alcohol nuttigen. Tevens is het belangrijk dat patiënten goed ingesteld zijn op hun medicijnen alvorens een dergelijke vliegreis te gaan ondernemen.

Patiënten die bloedverdunners gebruiken en willen gaan vliegen hebben juist een voordeel. Eén van de meest voorkomende problemen bij het vliegen is het ontstaan van een embolie (trombosebeen). Bij het gebruik van bloedverdunners wordt dit probleem juist voorkomen. Het heeft juist een beschermend effect, zeker als men boedverdunners via de trombosedienst gebruikt.

Dit gebeurt zelden. Een enkele keer zit er vocht in het hartzakje en raakt dus direct het hart. Meestal heeft dit een andere oorzaak dan hartfalen bijvoorbeeld een ontsteking van het hartzakje en dan moet dit vocht door een prik verwijderd worden. Meestal heeft dit niets te maken met hartfalen.

Dat vocht het hart raakt gebeurt zelden. Een enkele keer zit er vocht in het hartzakje en raakt dus direct het hart. Meestal heeft dit een andere oorzaak dan hartfalen bijvoorbeeld een ontsteking van het hartzakje en dan moet dit vocht door een prik verwijderd worden. Meestal heeft dit niets met hartfalen te maken. Uiteindelijk kan bij hartfalers het  hart zo slecht gaan  pompen  dat zelfs een pacemaker/ICD dit niet meer kan opvangen. In geval van ritmestoornissen die dan op kunnen treden kan zelfs de ICD geen redding meer geven omdat het hart te zwak is geworden.

Vocht in de longen is soms wel maar vaak ook niet te horen. Uw dokter zal dan op andere dingen bij lichamelijk onderzoek moeten letten om het vocht vasthouden in het lichaam vast te stellen. Soms is daar ook een echo onderzoek van het hart voor nodig.

Soms is er geen vocht in de longen vast te stellen. Een arts zal dan op andere dingen bij het lichamelijk onderzoek moeten letten om het vocht vasthouden in het lichaam vast te stellen. Een cardioloog heeft dan ook nog de mogelijkheid een echo van het hart te maken.

Nee, het is niet afhankelijk van de hoeveelheid vocht of een huisarts of cardioloog dit met een stethoscoop kan horen.

Soms wel maar heel vaak ook niet.

Nee, vaak is bij patiënten die al wat langer vocht vasthouden op de longfoto niets te zien, zelfs niet door een ervaren radioloog.

Dit kan met zowel een lage als hoge bloeddruk gepaard gaan.

In het algemeen is het ECG van iemand met hartfalen afwijkend, echter het stadium van hartfalen is hier niet van af te lezen.

Er wordt altijd gekeken of er sprake is van bijvoorbeeld een bloedarmoede en/of infectie. Verder houdt men in de gaten of de nieren nog goed werken en of het zoutgehalte goed is. Daarnaast kan met tegenwoordig bepaalde stoffen uit het bloed halen die als de waarde verhoogd is kunnen zeggen of er wel of niet hartfalen is.

Meestal is het in beide benen, echter soms kan er ook verschil tussen de benen zijn.

Net zoveel als de mannen dus bij wisselingen van 1 kg of meer per dag is dit afwijkend.

Er is geen officieel examen voor hartfalenspecialist. Het is in de praktijk wel zo dat in ieder ziekenhuis waar meerdere cardiologen zitten zich vaak een of meerdere leden zich gespecialiseerd hebben in hartfalen. Vraag hiernaar in uw eigen ziekenhuis.

Nee, dit is niet mogelijk.

Nee, je kunt niet constateren dat er dan geen sprake is van een hart en/of vaataandoening.

Mogelijk dat ooit in de toekomst hartspiercellen die verloren zijn gegaan bij patiënten met hartfalen door middel van stamceltherapie weer vervangen zouden kunnen worden door hartspiercellen. Echter er is nog een lange weg te gaan voor we zover zijn.

Men is in het kader van onderzoek in Nederland wel bezig met stamceltherapie. De resultaten zijn nog wat wisselend.

Om vocht af te drijven plastabletten:

  • Furosemide  zoals Lasix;
  • Bumetanide zoals Burinex;
  • Aldactone zoals Spironolacton.

Om het hart te ontlasten en met name de bloeddruk te verlagen ACE-remmers:

  • Capoten zoals Captopril
  • Renitec zoals Enalapril
  • Coversyl zoals Perindopril
  • Acupril zoals Quinapril

Om de bloeddruk te verlagen Angiotensine II blokker:

  • Diovan
  • Atacand
  • Micardis
  • Cozaar

Om het hart te ontlasten door het verlagen van de hartfrequentie (aantal slagen per minuut) Betablokkers:

  • Carvedilol
  • Metoprolol
  • Bisoprolol
  • Nebivolol

Om de contractiekracht van het hart te verhogen:

  • Lanoxin

Vrouwen krijgen in principe dezelfde medicijnen voorgeschreven.

Combinaties zijn: plastablet + ACE-remmer (bloeddrukverlager) en/of angiotensine II blokker (bloeddrukverlager) + betablokker (verlagen hartslag, bloeddruk en verminderen de zuurstofbehoefte van het hart) + eventueel lanoxin (zou de contractiekracht van het hart verbeteren).

Er wordt op dit moment vooral gekeken naar medicijnen die de werking van de nieren positief kan beïnvloeden zodat het overtollig vocht makkelijk verwijderd kan worden.

Een glaasje wijn mag mits je deze wel optelt bij de hoeveelheid vocht die je gebruikt.

Plastabletten: geven klachten zoals lage bloeddruk en jicht.

ACE-remmers: kunnen lage bloeddruk en prikkelhoest geven.

Angiotensine II-blokker: kan tot lage bloeddruk leiden.

Betablokkers: geven klachten zoals lage bloeddruk, lage hartslag, duizeligheid en soms korter van adem zijn.

Cholesterolverlagers verlagen niet alleen het cholesterolgehalte in het bloed maar hebben ook nog een bepaald effect op de binnenzijde van de wand van de bloedvaten waardoor deze soepeler en schoon worden gehouden. Wanneer je deze medicijnen niet gebruikt bestaat er het risico dat er vernauwingen ontstaan in de bloedvaten hetgeen overal in het lichaam kan optreden dus niet alleen in de bloedvaten rond het hart.

Patiënten met hartfalen worden regelmatig met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd vooral omdat ze kort van adem zijn waarbij extra zuurstof zeker zal helpen de klachten te verlichten. Soms worden patiënten met hartfalen ook onwel wat los staat van toename van hartfalen en daardoor kortademigheidsklachten. In de regel kan het ook dan geen kwaad als wat extra zuurstof wordt gegeven.

Hartfalenpatiënten kunnen als gevolg van de ziekte wel degelijk in gedragsmatig en mentaal opzicht veranderen. Dat komt o.a. doordat er vaker problemen zijn met de doorbloeding en de stofwisselingsprocessen in de hersenen mede door het feit dat het hart niet optimaal het bloed rondpompt. Hier is al uitvoerig onderzoek naar gedaan. Daarnaast geldt dat depressie vaker voorkomt bij patiënten met hartfalen hetgeen voorstelbaar is gezien de lichamelijke beperkingen die een gevolg zijn van het hartfalen.

In de regel is er niet zoveel verschil in het verloop van het hartfalen bij jonge en oudere patiënten. Wel is het zo dat bij de oudere patiënt vaker nog bijkomende problemen zijn als niet goed werken van de nieren, hoge bloeddruk, suikerziekte, verzorgingsproblemen etc. die vaak lastiger aan te pakken zijn dan bij jongere mensen. Levensverwachting is gelijk al is het natuurlijk zo, dat een man van 80 in tegenstelling tot een man van 40 sowieso een kortere levensverwachting heeft.

Er zijn strikte criteria opgesteld die landelijk gelden om aan te geven wanneer iemand in aanmerking komt voor een harttransplantatie. Hieraan zit een uitgebreid evaluatietraject vast wat meestal wordt uitgevoerd in de in Nederland aanwezige transplantatiecentra (Rotterdam, Utrecht, Groningen). Deze criteria zijn opvraagbaar, desnoods via uw eigen cardioloog. Dat neemt niet weg dat het aantal beschikbare harten in Nederland bedroevend weinig is en dus de kans op het krijgen van een nieuw hart klein is.

Het afgelopen jaar is uitvoerig gekeken naar de wijze waarop UWV artsen patiënten met hartfalen (af)keuren. Er bleek sprake te zijn van veel onwetendheid bij deze artsen. Op grond hiervan zijn in overleg met de beroepsgroep Cardiologie nieuwe richtlijnen opgesteld en de verwachting is dat UWV artsen indien zij zich aan deze richtlijnen houden op een andere wijze gaan kijken naar patiënten met hartfalen. Indien er bij u als patiënt vragen rijzen bij een gedane keuring door een UWV arts, vraag dan of deze contact kan opnemen met uw behandelend cardioloog.

Er is in het verleden veel gekeken en onderzoek gedaan naar het gebruik van medicijnen die direct het hart versterken. Voor al deze medicijnen geldt dat ze op langere termijn geen positief effect hebben. Wel geldt voor een aantal medicijnen dat ze door het hart te ontlasten wel enige verbetering van de pompkracht van het hart kunnen bewerkstelligen. Echter hiervoor geldt dat bij het overgrote deel van de patiënten de pompkracht nooit meer geheel normaal wordt. Dit geldt voor alle stadia van hartfalen dus zowel bij klasse 1 t/m 4.

Hartfalenpatiënten in stadium 3 en 4 mogen geen autorijden omdat er gebleken is dat hierbij een reële kans bestaat op hartritmestoornissen en derhalve het veroorzaken van ongelukken. In principe ben je dan niet verzekerd als je een ongeluk veroorzaakt.