Inhoudsopgave
Wat is hartfalen
oorzaken-van-hartfalen
hartfalen-4-klassen
vormen-van-hartfalen
diagnose-hartfalen
behandeling-hartfalen
medische-ingrepen
levensverwachting
toekomstverwachting
de-hartfalenpoli
Alle Pagina's

Behandeling van hartfalen

Er zijn vele oorzaken die hartfalen tot gevolg kunnen hebben. Afhankelijk van de oorzaak zijn er verschillende behandelingen die ook per individu weer kunnen verschillen. De behandeling van hartfalen richt zich in eerste instantie op het zoveel mogelijk verminderen van de klachten. Het is niet altijd mogelijk om de oorzaak weg te nemen.

Medicijnen

De behandeling van hartfalen gaat altijd gepaard met medicijnen. Het gaat vaak om een combinatie van meerdere medicijnen die u een paar keer per dag op vaste tijdstippen dient in te nemen. Het innemen van deze medicijnen heeft een langdurig karakter en dienen onder andere om het vocht af te drijven, het hart te ontlasten en het hartritme te controleren.

BloedverdunnersBloedverdunners (bron: Medicalfacts)

Deze medicijnen zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt en voorkomen op deze manier dat er bloedpropjes ontstaan die een bloedvat kunnen afsluiten of dat stolseltjes als gevolg van hartritmestoornissen doorschieten naar de hersenen en daar een infarct veroorzaken. Er zijn twee soorten bloedverdunners: stollingsremmers en plaatjesremmers. Stollingsremmers zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Hierdoor kunnen minder gemakkelijk bloedpropjes ontstaan. Plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes minder goed hun werk doen. Bloedplaatjes zorgen er namelijk voor dat het bloed gaat klonteren. Door het gebruik van plaatjesremmers wordt ongewenste stolling zoals trombose en/of embolie tegen gegaan. Voorbeelden van bloedverdunners zijn acetylsalicylzuur (Aspirine, Ascal en Aspro), coumarine (Acenocoumarol, Marcoumar en Sintrommitis). Van patiënten die bloedverdunners als Sintrom of Marcoumar gebruiken wordt regelmatig het bloed gecontroleerd. Middels bloedonderzoek kan men na gaan of het bloed niet te dun of te dik is. Als het bloed te dun is kunnen er spontane bloedingen optreden. Is het bloed te dik dan is de kans aanwezig dat er bloedklontertjes worden gevormd. Langer nabloeden bij verwondingen en operaties is een kenmerkend bijverschijnsel als gevolg van het gebruik van dit soort medicijnen.

Cholesterolverlagers

De meest bekende en vaak voorgeschreven cholesterolverlagers zijn de statines. Statines remmen de aanmaak van cholesterol in de lever. Ze verlagen het cholesterolgehalte met 30 tot 50 %, vertragen het proces van slagaderverkalking en zorgen ervoor dat de binnenwand van de slagaders minder snel geïrriteerd raakt.

Mochten deze stanines niet tot het gewenste resultaat leiden dan kan de behandelend arts besluiten om over te gaan op andere cholesterolverlagende medicijnen. Deze medicijnen kunnen zijn:

  • Cholesterolabsorptieremmers
  • – remmen de opname van cholesterol in het lichaam. Deze medicijnen worden enkel en alleen voorgeschreven wanneer uw LDL-cholesterolgehalte (slechte cholesterol) enorm verhoogd is en andere medicijnen onvoldoende in staat zijn om dit gehalte te verlagen.
  • Galzuurbindende harsen
  • – verlagen indirect het cholesterolgehalte in het bloed doordat ze zich binden aan galzuren in de darm, waardoor deze niet meer in het bloed opgenomen kunnen worden.
  • Fibraten
  • – verminderen de hoeveelheid vet in het bloed. Bij een verhoogd triglyceridegehalte (vetgehalte) worden deze medicijnen voorgeschreven.
  • Nicotinezuurderivaten
  • – verhogen het goede cholesterol (HDL) en verlagen het slechte cholesterol (LDL). Deze medicijnen worden voorgeschreven bij een combinatie van een verhoogd LDL (slechte) cholesterolgehalte en triglyceridegehalte (vetgehalte) en een verlaagd HDL (goede) cholesterolgehalte.

Cholesterolverlagers die vaak worden voorgeschreven zijn onder andere: simvastatine (Zocor), atorvastatine (Lipitor) en rosuvastatine (Crestor). De bijwerkingen van deze medicijnen kunnen onder andere klachten als brandend maagzuur, obstipatie, diarree, duizeligheid, misselijkheid, hoofdpijn en huiduitslag geven.

Medicijnen die het hartritme beïnvloedenMedicijnen

Betablokkers

Betablokkers verlagen de hartslag, de bloeddruk en verminderen de zuurstofbehoefte van het hart. Voorbeelden van betablokkers zijn: Bisoprolol, Carvedilol, Metoprolol en Nebivolol. Van deze medicijnen is aangetoond dat ze op de langere termijn een gunstig effect hebben. Betablokkers kunnen bijwerkingen geven zoals een lage bloedruk, hartslag, duizeligheid en soms korter van adem zijn. De volgende betablokkers worden aan patiënten voorgeschreven: metoprolol (Lopresor, Selokeen), tenormin (Atenolol, Tenormin) en atenolol/chloortialidon (Tenoretic).

Digoxine

Is een geneesmiddel bij hartfalen. Het medicijn vergroot de pompkracht van het hart en verlaagt het hartritme. In de meeste gevallen wordt Lanoxin voorgeschreven. Verminderde eetlust, misselijkheid, pijn in de onderbuik en/of diarree, vermoeidheid, slaperigheid, wazig zien, langzame of onregelmatige hartslag, rusteloosheid, verwardheid en een depressief gevoel kunnen mogelijke bijwerkingen van dit medicijn zijn.

Anti-aritmica

Zijn geneesmiddelen om hartritmestoornissen te behandelen. Ze beïnvloeden de prikkelgeleiding en/of de prikkelbaarheid van de spiercellen in het hart. Daardoor vertraagt de hartslag en wordt deze weer regelmatig. sotacor (Sotalol), cordarone (Amiodarone) en tambocor (Flecainide) zijn voorbeelden van Anti-aritmica. Trillingen of tintelingen in handen of voeten, wazig zien, huiduitslag, diarree, verstopping, duizeligheid, hoofdpijn, verminderde eetlust en een bittere of metaalachtige smaak worden gemeld als mogelijke bijwerkingen.

Vaatverwijders

RAS-remmers

Hier vallen de ACE-remmers en de Angiotensine II-antagonisten onder. Deze medicijnen verlagen met name de bloeddruk door de bloedvaten in de uiteinden van het lichaam te verwijden. Vaak voorgeschreven ACE-remmers zijn: Capoten (Captopril), Renitec (Enalapril), Coversyl (Perindopril) en Acupril (Quinapril). Ze kunnen als bijwerking prikkelhoest en een lage bloeddruk geven. Angiotensine II-antagonisten zijn onder andere Diovan, Atacand, Micardis en Cozaar. Een lage bloeddruk kan een neveneffect van dit medicijn zijn. Ace-remmers kunnen bijwerkingen hebben zoals kriebelhoest, hoofdpijn, misselijkheid, diarree, vermoeidheid en smaakverlies.

Nitraten

Zetten de bloedvaten open waardoor het hart gemakkelijker bloed kan rondpompen. Doordat de aders, slagaders en kransslagaders als gevolg van dit medicijn verwijden laten ze meer bloed door. Het gevolg is dat de bloeddruk daalt.

Minitranpleister, Deponitpleister, Nitrodermpleister, Monocedocard, Promocard, Cedocard, Isordill en Nitrolingualspray zijn vaak voorgeschreven Nitraten. Waar de pleister kleeft kan de huid rood en pijnlijk worden. Duizeligheid bij het omhoog komen, hoofdpijn en blozen zijn mogelijke bijwerkingen van de hierboven beschreven medicijnen.

Calciumantagonisten

Worden vooral gebruikt bij de behandeling van kransslagaderverkalking. Ze zorgen ervoor dat het hart voldoende zuurstof krijgt doordat ze de werking van Calcium remmen. Door deze remmende werking kunnen de spiercellen in de bloedvaten minder goed samentrekken. Het hartritme wordt hierdoor vertraagt en het gevolg is dat de kracht van de hartslag vermindert.

Voorbeelden van calciumantagonisten zijn medicijnen als amalodipine (Norvasc), nifedipine (adalat OROS), nicardipine (Cardene), barnidipine (Cyress) en verapamil (Isoptin). Klachten van vermoeidheid, misselijkheid, diarree, hoofdpijn, duizeligheid, obstipatie, blozen of opvliegers kunnen veroorzaakt worden door het gebruik van deze anatgonisten.

Plasmedicatie

Diuretica

Dit zijn plasmiddelen. Ze voeren overtollig vocht af via de urine waardoor men vaker naar het toilet moet. Daarom wordt veelal geadviseerd om dit medicijn bij voorkeur 's ochtends, in plaats van, 's avonds in te nemen omdat u anders een aantal keer per nacht uw bed uit moet om te gaan plassen. Het gebruik van plasmiddelen zorgt ervoor dat er extra vocht wordt afgedreven waardoor het bloedvatensysteem minder gevuld raakt. Hierdoor daalt de bloeddruk.

Er zijn zwak werkende plasmiddelen zoals Thiaziden. Ze hebben een gering vochtafdrijvend effect. Sterk werkende plasmiddelen zoals Bumetanide (Burinex) en Furosemide (lasiletten, Fusid) . Deze hebben een snelle en krachtige werking en kaliumsparende plasmiddelen die slechts een beperkt ontwaterend effect hebben. De kaliumsparende plasmiddelen worden voorgeschreven als er in het lichaam een te laag kaliumgehalte dreigt te ontstaan. Deze medicijnen worden bijna altijd in combinatie met een ander plasmiddel voorgeschreven. Amiloride (Amiloride/Hydrochloorthiazide, Moducren), Spironolacton (Aldactone) en Trimatereen (Dytac, Hydrochloorthiazide) zijn voorbeelden van kaliumbesparende plasmiddelen.

Bijwerkingen van diuretica kunnen zijn: hoofdpijn, licht gevoel in het hoofd, duizeligheid, dorst, buikpijn, diarree, lage bloeddruk spierkrampen vooral in de benen en jicht.