Inhoudsopgave
Wat is hartfalen
oorzaken-van-hartfalen
hartfalen-4-klassen
vormen-van-hartfalen
diagnose-hartfalen
behandeling-hartfalen
medische-ingrepen
levensverwachting
toekomstverwachting
de-hartfalenpoli
Alle Pagina's

Diagnose HartfalenStethoscoop

Hoe komt men er nu achter dat u hartfalen heeft? Meestal is de eerste weg een bezoek aan uw huisarts. Naar aanleiding van uw klachten en een lichamelijk onderzoek kan deze besluiten om u door te verwijzen naar een ziekenhuis. U krijgt daar te maken met een reeks aan onderzoeken. Deze onderzoeken zijn nodig om ook daadwerkelijk de diagnose hartfalen te kunnen stellen. Hartfalen bestaat namelijk uit een complex aantal symptomen. Deze symptomen vloeien voort uit een hartziekte (bijvoorbeeld een hartinfarct). Deze hartziekte heeft een verminderde pompfunctie tot gevolg.

Met behulp van een aantal verschillende onderzoeken kan een arts de ernst en veelal de oorzaak van uw hartfalen vaststellen.ECG

Hartfilmpje (ECG)

Bij een bezoek aan de arts wordt er in principe altijd een hartfilmpje gemaakt. U mag uw bovenlichaam ontkleden en op een bed plaats nemen. De hartfunctielaborant plakt een aantal stickers op uw borstkas. Deze stickers zijn verbonden met een monitor en registreren uw hartslag. De hartfunctielaborant maakt een printje van uw hartslag en laat deze beoordelen door de arts. Daarna gaat de arts u onderzoeken. Met een stethoscoop luistert de arts naar uw hart. De arts probeert zo te achterhalen of er aanwijzingen zijn voor hartklepafwijkingen of dat er sprake is van vocht in de longen. Verder bekijkt de arts of u dikke benen of een dikke buik heeft. Dit zou kunnen duiden op het vasthouden van vocht. Daarnaast voelt de arts of de lever is opgezwollen en meet uw bloeddruk.

Bloedonderzoek

In het laboratorium van het ziekenhuis worden een aantal buisjes bloed van u afgenomen. Door middel van dit bloedonderzoek worden een aantal waarden bepaalt. Eén van die waarden is de BNP-bepaling. BNP staat voor Brain Natriuretic Peptide. Dit is een eiwit en wordt door spiercellen in de hartkamers afscheiden als de hartkamers lange tijd onder verhoogde druk staan. Indien het BNP-gehalte in het bloed laag is kan men met enige zekerheid zeggen dat er geen sprake is van hartfalen. Is het BNP-gehalte hoog dan zal er aanvullend onderzoek moeten plaatsvinden naar hartfalen.

Röntgenfoto van hart en longen

Dit wordt ook wel thoraxfoto genoemd. U dient uw bovenkleding uit te trekken waarna er een röntgenfoto van de borstkas wordt gemaakt. De arts kan dan zien of het hart enigszins vergroot is en of er sprake is van vocht in de longen. Vocht en een vergroting van het hart kunnen duiden op hartfalen.

Echo van het hart

Een echocardiografie is een onderzoek met behulp van ultrageluidsgolven. U dient in een wat donkere kamer plaats te nemen op een bed met een ontbloot bovenlichaam. Op de borst brengt de hartfunctielaborant een gelei aan. Dit kan een beetje koud aanvoelen. Vervolgens beweegt de laborant, met een apparaatje, over uw borst. Dit apparaatje zendt geluidsgolven uit en vangt deze ook weer op. Het resultaat verschijnt op een monitor. De echo duurt meestal niet langer dan een half uur en is geheel pijnloos. U mag indien u dat wenst zelfs meekijken.

Inspanningsonderzoek

Dit onderzoek wordt gedaan om te kijken of uw hart tijdens inspanning voldoende bloed en dus zuurstof krijgt. Er zijn twee soorten onderzoeken: de fietstest en de loopbandtest. Deze test duurt ongeveer een half uur. U krijgt elektroden op de borst geplakt zodat men het hartritme tijdens de inspanning kan volgen. Vervolgens gaat u, afhankelijk van de keuze van de arts, fietsen of wandelen. Tijdens het fietsen wordt iedere minuut de zwaarte opgevoerd en u dient de teller op de fiets op een bepaald getal te houden (bijvoorbeeld 60). Bij de loopband gaat iedere drie minuten de band iets omhoog, net alsof u op een helling loopt. Voor beide onderzoeken geldt dat u de inspanning zo lang mogelijk dient vol te houden.

Scan van het hart met isotopen

Isotopen zijn stoffen die tijdelijk radioactieve straling uitzenden. Met dit onderzoek brengt men het bloed in het hart en de grote bloedvaten in beeld. De radioactieve stof (isotoop) wordt via een ader in de bloedbaan gespoten, waarna speciale camera's foto's maken van het hart. Dit onderzoek kan zowel liggend, zittend of terwijl u op een loopband loopt plaatsvinden. Het hele onderzoek kan wel een paar uur in beslag nemen en is betrekkelijk veilig. Er treden vrijwel nooit bijwerkingen op en de hoeveelheid straling tijdens dit onderzoek is te vergelijken met die van een röntgenfoto. Een isotoop is geen contrastmiddel, de kans op een allergische reactie is daarom niet aanwezig.

Hartkatheterisatie

Er wordt via een bloedvat (bijvoorbeeld in de lies) een slangetje (catheter) ingebracht. Deze catheter kan door de bloedvaten heen naar het hart worden geschoven en maakt het mogelijk om de bloeddruk en de zuurstofspanning in het hart te meten doordat deze verbonden is aan meetapparatuur. Ook kan men vloeistof door deze catheter inspuiten zodat vernauwingen en afsluitingen van kransslagaders en aders middels een röntgenfoto zichtbaar worden. Bij een hartkatheterisatie wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Afhankelijk van uw situatie kan dit een opname zijn van een dag of enkele dagen.

Slokdarmecho

De arts kan door middel van dit onderzoek meer gegevens krijgen over uw hart. De keel wordt verdoofd. Dit gebeurt door het vernevelen van een verdovende vloeistof in de keel. Vervolgens krijgt u een infuusnaaldje. In dit infuusnaaldje wordt een vloeistof gespoten, dat zorgt ervoor dat u een beetje slaperig wordt (roesje). U ligt op uw zij en de arts brengt via uw mond een slang naar de aorta. Deze slang is niet dikker dan een vinger. Er wordt meerdere malen aan u gevraagd of u wilt slikken zodat de arts de slang stukje bij beetje verder kan schuiven. Het inbrengen van de slang belemmert totaal niet uw ademhaling. Met behulp van hoogfrequente geluidsgolven (ultrageluid) kan de arts uw hart en de aorta (grote lichaamsslagader) bekijken. Het onderzoek neemt ongeveer een half uur in beslag.